(Straatnieuws)
Bestuurlijke chaos typeerde het afgelopen jaar de grootste vakbeweging van Nederland. Het toenmalige bestuur van de FNV moest in 2025 wegens diepe verdeeldheid vertrekken en een interim bestuur trad aan om het vertrouwen te herstellen. In mei van dit jaar is Hans Spekman benoemd tot voorzitter, bekend uit eerdere functies als wethouder in Utrecht en partijvoorzitter van de PvdA. De wind in vakbondsland is duidelijk veranderd: de acties zijn weer ten volle terug. “Ik ben hartstikke trots als ik kijk naar het organisatievermogen van de FNV, dat is echt enorm goed.”
Tekst Astrid van Unen
Beeld Henriëtte Guest
Een drukke tijd van vele stakingen en werkonderbrekingen tekenen augustus en september voor de FNV. De nieuwe voorzitter Hans Spekman bezoekt zoveel mogelijk actiebijeenkomsten. Ze zijn gericht tegen de aangekondigde bezuinigingen op de sociale zekerheid. Op de dag dat dit interview gepland staat, moet hij afzeggen, omdat er spoedoverleg plaatsvindt. Prinsjesdagstukken blijken uitgelekt: de voorgenomen bezuinigingen zijn even uitgesteld. Voor de FNV geen reden om de aangekondigde acties te stoppen, want uitstel is zeker geen afstel. Ze blijken uiteindelijk succesvol: eind september besluit het minderheidskabinet de bezuinigingen definitief van tafel te halen.
Spekman kijkt tevreden terug op de actiereuring. “Ik ben hartstikke trots als ik kijk naar het organisatievermogen van de FNV. De mensen zijn op en top gemotiveerd. We zijn een echte eenheid, ook met de andere vakcentrales erbij. Dat is wel geweldig.”
Op de dag van de OV-staking op 9 september krijgt Spekman de volle laag van VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans in het tv-programma Pauw & De Wit, die vindt dat de FNV meer oog moet hebben voor de positie van werkgevers. Tijdens dit online interview, twee dagen later, zegt Spekman: “Ja, een aantal coalitiepartijen vindt dat als je het met elkaar niet eens bent, je altijd het midden moet zoeken. Maar zelf doen ze dat niet en kwamen ze toch weer met een idioot voorstel om aan de AOW te zitten. Op een gegeven moment zie je een bodem in de sociale zekerheid en die is voor heel veel mensen al bijna bereikt. Er raken steeds meer mensen op straat, er zijn steeds meer mensen in financiële problemen. Omdat ze niet heel ver meer van die bodem afzitten.”
Je bent nou enkele maanden voorzitter. Bevalt het?
“Ja, het bevalt ontzettend goed. Het is een superbelangrijke organisatie die altijd in mijn bloed en mijn hart heeft gezeten. Dat komt omdat de FNV gewoon dé plek is waar collectieve strijd gevoerd kan worden. Voor mensen die niet zelf oppermachtig zijn, maar die geruggesteund moeten worden door anderen om samen dat verschil te maken. Dat was precies de strijd die ik nu met Brekelmans van de VVD had, waarbij hij zei dat wij toch vooral aan de werkgeverskant moeten staan, want die lopen alle risico’s en daardoor gedijdt de economie. Maar dat is een verhaal uit heel lang geleden. Ondernemers worden nu meer beschermd dan de gemiddelde werknemer.”
Heb je het gevoel dat nu de rust binnen de FNV terug is?
“Ja, toch eigenlijk vrij snel. Er zijn natuurlijk altijd nog mensen die boos zijn of ongelukkig met hoe het allemaal is gegaan. Dat kan, en dat respecteer ik ook. Het is een grote bond met heel veel verschillende leden, zo’n 900.000. Maar wat ik merk, is dat we allemaal wel de schouders eronder zetten. En als bestuur zijn wij sowieso super-collegiaal onderling. Dus dat is gewoon heel erg fijn. Want het begint natuurlijk met het goede voorbeeld geven.”
Het is niet zo dat de FNV heeft stilgestaan onder invloed van die ruzies, benadrukt Spekman, maar ze hebben mensen wel beschadigd. “Dat ligt echt wel achter ons. Ik ervaar de FNV nu eerder als een warm bad dan andersom. Nergens zie ik zo’n divers gezelschap als binnen de FNV. Dat maakt het mooi. Waar vind je nog dat de professor en de metaalarbeider naast elkaar gaan zitten en met elkaar het gesprek hebben? Dat brengt misschien soms moeilijkheden met zich mee, maar dat is gewoon het unieke aan een vakbond. Het is iets wat we met elkaar moeten koesteren, want daar zit een enorme kracht in.”
We leven in een uitdagende tijd, waarin de afbraak van de sociale voorzieningen stapsgewijs doorzet. Hoe gaat de FNV dit het hoofd bieden?
“Ik denk dat het heel belangrijk is dat we vanuit de vakbond aanvallen. We moeten zelf weer een agenda maken en perspectief voor de toekomst bieden. Het is heel belangrijk dat we daarbij ook weer de aanval durven te kiezen. Dat doe je namelijk niet voor ieder mens afzonderlijk, maar dat doe je voor de samenleving die we willen zijn. Dat gevecht wordt denk ik heel belangrijk en dat vraagt ook wel een wat langere adem. Dat is net zoals met verduurzaming van de staalfabriek waar ik vandaag was. Dat vraagt ook misschien wel 25 jaar. Maar ja, onze voorouders hebben ook dat soort gevechten geleverd.”
Spekman was van 2018 tot 2026 directeur van het Jeugdeducatiefonds, dat scholen steunt waar veel mensen opgroeien in armoede. In die rol bezocht hij vaak scholen. Hij maakt een schets van deze mensen: vaak alleenstaande moeders die zich het “schompes werken” en het bijna niet redden. Dan hoeft er maar iets te gebeuren in het leven of ze komen in de problemen. Vaak huren ze onder, afhankelijk van een niet al te betrouwbare huurbaas. Kinderen die op de grond slapen, of soms met heel veel in één bed. “Een beetje terug naar de negentiende eeuw. Daar moeten we de schijnwerpers op zetten. Want als we die moeders geen perspectief weten te bieden, dan hebben we gefaald.”
Hij noemt als belangrijkste speerpunt de kloof tussen rijk en arm. “Er is een enorme scheefgroei in dit land tussen mensen die het goed hebben en mensen die het niet goed hebben. Daar moeten we paal en perk aan stellen.” Op welke manier? “Ja, dat hoef ik niet allemaal nu op een achtermiddag te verzinnen. Maar dat is wel een van de belangrijkste dingen waar wij agenda op gaan maken en waar we de aanval op kiezen.”
De rijken worden rijker, de armen armer. De flexarbeid neemt toe. Spekman somt de feiten op en ziet hierin de samenhang met wonen. Wil je een appartement in een mooie binnenstad huren, dan is dat tegenwoordig onbetaalbaar voor de gewone werknemer. De zogenoemde gentrificatie gaat hand in hand met die scheefgroei. “Zo meteen moeten we alle mensen die in schoenenwinkels werken misschien wel helemaal in het oosten van het land of helemaal in het noorden van het land gaan wonen, omdat het elders onbetaalbaar is geworden.”
Waar komt jouw betrokkenheid bij de kwetsbare medemens vandaan?
“Dat is natuurlijk mijn komaf. Ik ben zelf opgegroeid in een arm, maar warm gezin. Mijn vader stierf voordat ik één was. Mijn moeder stond er alleen voor met drie zussen en mij. Mijn zus heeft zelf in de shit gezeten, is verslaafd geweest. Dat heeft me als wethouder ook altijd gemotiveerd om in Utrecht iets te doen aan de opvang van mensen die verslaafd zijn. Ik zag hoe mijn zus in de vernieling ging, maar er uiteindelijk wel weer bovenop kwam. Het heeft twintig jaar geduurd, maar we hebben haar vastgehouden. Volgehouden. Daar gaat het uiteindelijk om. Hou vast, hou vol. En laat een mens als mens leven, in plaats van in zijn eigen poep en pies op straat. Als je iemand als mens beschouwt, dan komt er ook meer rust in het leven. En meer rust in het leven is minder gebruik. En minder gebruik is wel wat gezonder. Die levenslessen heb ik allemaal jong gehad en die zitten diep in me.”
Hoe ziet jouw ideale samenleving eruit?
“Een samenleving waarin niemand alleen voor zichzelf leeft. En waarin je je zeker en vrij genoeg voelt om eigen keuzes te maken. Wat is jouw vrijheid als je op straat leeft? Als je welvarend bent en niet bang bent voor morgen, dan kun je je met hele andere dingen bezighouden dan wanneer je stress hebt over je onzekere baan of huisvesting. We zeggen allemaal dat we vrij zijn, maar die vrijheid is voor de een heel ruim en voor de ander heel beperkt.” Kortom: Spekman wenst andere regels en een betere verdeling van de rijkdom. Daarnaast zegt hij: “Ik zou ook graag willen dat weer meer ruimt komt voor ‘leven en laten leven’ in Nederland. We zitten allemaal elkaar zo op de huid, zowel rechts als links.”
Spekman hekelt het feit dat mensen in Nederland in tentjes moeten slapen bij gebrek aan een fatsoenlijke woning. Hij noemt dit “onuitstaanbaar”. Als wethouder in Utrecht voerde hij met succes de strijd tegen dakloosheid. “Toen kwamen ze uit heel Nederland bij ons kijken hoe wij het aanpakten. Want dakloosheid is oplosbaar. We zijn niet onmachtig als samenleving, dat heb ik toen bewezen als wethouder met de hulp van heel veel medewerkers. Maar het is onwil. Kijk, als iets kan, maar het gebeurt niet, dan is het onwil. En dan kan iedereen met honderd excuses komen, maar dat vind ik flut.”
Welke boodschap heb je aan dak- en thuislozen?
“Ik zou het goed vinden als de dak- en thuislozen zich weer beter organiseren, want dan maak je uiteindelijk het grootste verschil. Als de anderen even niet in beweging komen, probeer het dan zelf. En ik weet dat dat heel moeilijk is, dus ik roep ook lezers op die zelf niet in de shit zitten om gemeenschappelijk met hen op te trekken om uiteindelijk het leven beter te maken. Want alleen redt niemand het in deze wereld.”
Organisaties voor dak- en thuislozen spelen met de gedacht om opnieuw een vakbond voor dak- en thuislozen op te richten. Zou de FNV daar energie in willen steken?
“Dat weet ik niet, dat bepaal ik niet alleen. Ik ben geen dictator als voorzitter van een vakbond en dat wil ik ook helemaal niet zijn. Maar ik zou het heel gaaf vinden als de FNV dat zou doen. Juist ook mensen die op de rand staan of er tenminste even doorheen zitten organiseren en verder helpen.”
Hoe ontspan jij je?
“Ik ga spelletjes doen met de kinderen. Die zijn allemaal wel volwassen, maar we komen vaak bij elkaar. Het zijn vrij ingewikkeldere bordspellen, zoals Small World, Roots en Kavango. Daarnaast fiets ik graag met m’n vrouw in de natuur. Daar heb ik nu even geen tijd voor, gezien alle acties die de FNV moet voeren. Op het moment maak ik nachten van maar drie uur, dus ik begin nu een beetje moe te worden. Want ik wil overal zijn waar de mensen staken, om hen een hart onder de riem te steken. Ook wil ik ons verhaal vertellen in de media, zodat we niet passief over ons heen laten komen wat er allemaal over ons gezegd wordt. Maar zaterdag ga ik naar de hei voor een lange wandeling, want die staat nu mooi in bloei.”

