Wereldwijd staan de loononderhandelingen onder druk. Vaak wijzen werkgevers naar oorlogen of de hoge olieprijzen om de hand op de knip te houden. Vakbonden zetten drukmiddelen in met petities en vooral stakingen om toch tot eerlijke afspraken te komen.
Tekst Astrid van Unen Beeld Privécollecties / ANP
NOORWEGEN – “Geen tijd verliezen tijdens onderhandelingen”
In aanloop naar de loononderhandelingen bereiden Noorse werknemers en werkgevers zich voor in een aparte werkgroep. “We hebben al een groot debat achter de rug over de invloed van de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten op de prijzen”, vertelt Klemet Rønning-Aaby, chef onderhandelingen bij de Noorse vakbondsfederatie UNIO. “We maken een schatting hoe groot die invloed is. Nu hebben we de prijscompensatie op 3,2 procent gezet voor alle sectoren, een percentage dat overeenkomt met berekeningen van het Noorse Centraal Bureau voor de Statistiek. Het grote voordeel hiervan is dat we geen tijd verliezen tijdens de onderhandelingen over prijsopgaven.”
Wat niet wegneemt dat er tijdens die onderhandelingen meer loonsverhoging wordt binnengesleept. “De eerste sector die aan de beurt komt, is de industrie; de bedrijven doen het op dit moment vrij goed, vooral de olie-, gas- en bouwbedrijven. Zij definiëren wat de Noorse economie kan dragen. Wij denken wel te kunnen uitkomen op 4 tot 4,5 procent. Na de industrie is de publieke sector aan de beurt.”
Ook in Noorwegen heerst een tekort aan medisch en zorgpersoneel. “We zoeken nu naar wegen om de sector aantrekkelijker te maken. Bijvoorbeeld meer pensioen bij langer doorwerken, meer technologie inzetten en onderzoeken hoeveel potentie er is onder de Oekraïense vluchtelingen.”
Als er geen gewenst onderhandelingsresultaat uitkomt, wordt er een mediator bijgehaald. Als die niet binnen 2,5 week de partijen op één lijn krijgt, zet UNIO het middel staken in. “In 2021, tijdens de coronapandemie, kreeg de publieke sector applaus, maar geen loonsverhoging. Toen hebben we gestaakt zonder resultaat. Een jaar later hebben we weer gestaakt, toen kregen we er uiteindelijk wel geld bij.”
OEGANDA – “We zijn in gesprek om een minimumloon in te voeren”
De kleine textielbond UTGLAWU uit Oeganda onderhandelt rechtstreeks met het management van de fabrieken waar zij leden hebben. “Elk jaar opnieuw, en in sommige elke twee jaar”, vertelt bestuurder Faith Lanyero de bond. “Zeven fabrieken hebben met ons een overeenkomst getekend, waardoor we met hen mogen onderhandelen. Op dit moment hebben we zo’n zevenduizend leden, maar we groeien nog steeds.”
De onderhandelingen zijn altijd weer spannend. “Dit jaar voeren de werkgevers de oorlog in het Midden-Oosten op als verliespost, vorig jaar waren het de hoge benzineprijzen. Er is altijd een reden om geen loonsverhoging te geven, of slechts beperkt. We hebben veel in te halen. Het hangt van de fabriek af hoeveel we erbij krijgen. Soms 20 procent, dit jaar 35 procent op het brutoloon. Meestal wel gedifferentieerd, bijvoorbeeld voor de best presterende managers.” De percentages klinken hoog, maar de maandlonen in Oeganda zijn erg laag: ze variëren van 250.000 tot 1,2 miljoen shilling (58,25 tot 280 euro). “We hebben momenteel geen minimumloon; het laatste werd in 1984 vastgesteld op 6000 shilling, ongeveer 1,38 euro. Dit zorgt voor een kwetsbare situatie wat betreft loonverschillen in onze sector.”
Ook de UTGLAWU zet drukmiddelen in als de onderhandelingen vastlopen. “We zetten petities uit die we naar het parlement sturen en we betrekken de vakbondsfederatie bij de strijd. Ook vragen we bij het ministerie van Arbeid om een ambtenaar te sturen ter observatie van de onderhandelingen.” In Oeganda stijgen eveneens de prijzen voor levensonderhoud, niet alleen het voedsel, maar ook de gezondheidszorg. “35 procent verhoging is niet genoeg om dit alles te compenseren”, zegt Lanyero. “We zijn inmiddels serieus in gesprek met het ministerie om een minimumloon in te voeren. Dan hebben we tenminste een ondergrens in de textielindustrie.”
NEDERLAND – Vechten tegen de nullijn
Een politiek loondictaat, zo noemt FNV-bestuurder Hanan Yagoubi (sector Rijk) de nullijn die door het vorige kabinet Schoof was uitgevaardigd voor 2026. Ambtenaren zouden er geen cent bij krijgen, zelfs geen inflatiecorrectie. “De huidige cao is op 31 december 2025 afgelopen”, legt Yagoubi uit. “In de aanloop daarvan hebben we twee keer aan de onderhandelingstafel gezeten, zonder enige resultaat. In december hebben we een ultimatum gesteld, dat op 12 januari afliep en daarna zijn we acties gaan voeren.”
In januari legden werknemers van de vrouwengevangenis Nieuwersluis hun werk neer. In februari waren het de werknemers van de Verkeerscentrale Noordwest-Nederland in Velsen die langzaamaan acties voerden tijdens de spits, waardoor spitsstroken minder snel opengingen. In maart zetten werknemers van Rijkswaterstaat bij de Centrale Post Zeesluizen in Farmsum een kwartier lang in estafettevorm bruggen open. Ook in april staan grote acties gepland, nu op zeven locaties door het hele land.
“Rijksambtenaren zitten natuurlijk overal”, zegt Yagoubi, “niet alleen in Den Haag. Met name de mensen in de uitvoering, zoals gevangenisbewaarders, weginspecteurs, douanebeambten, DUO-medewerkers, maar ook de schoonmakers die in de rijksgebouwen werken, waren de dupe van deze nullijn. Niet alle ambtenaren zitten in hoge loonschalen, maar ook die zijn cruciaal bij de uitvoering van het regeringsbeleid.”
Begin maart bood het overleg met de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken Heerema weinig soelaas. Gelukkig was de actiebereidheid groot, en met succes: alle rijksambtenaren krijgen per 1 juli een loonsverhoging van 2,7 procent, plus een eenmalige uitkering die hoger is voor lagere cao-schalen. Ook gaat de kilometervergoeding omhoog.
NEPAL – “Loononderhandelingen verlopen altijd moeizaam”
Jongeren hebben onlangs hun nieuwe premier aan een grote meerderheid aan stemmen geholpen. De 35-jarige Balendra Shah van de Nationale Onafhankelijke Partij moet voor nieuw elan zorgen, maar deze belofte geldt niet voor de vakbeweging. “Onlangs heeft de nieuwe regering aangekondigd bepaalde vakbonden te verbieden”, zegt Deepa Dawadi van de Nepalese vakbondsfederatie JTUCC. “Door deze zelfde regering is ook de Commissie voor de vaststelling van het minimumloon ontbonden.”
Tijdens de laatste onderhandelingen in dit tripartiete overleg over het minimumloon kwamen de partijen niet tot overeenstemming. De werkgevers wilden niet meer dan 10 procent verhoging geven, de bonden vroegen 45 tot 50 procent. De overheid bepaalde uiteindelijk: 13 procent erbij. “Dat is nog lang geen leefbaar loon”, zegt Dawadi. “De onderhandelingen verlopen altijd moeizaam, omdat er zo weinig tijd is. Alleen eens in de twee jaar vindt dat tripartiete overleg plaats, en dan moet er binnen enkele weken consensus zijn.”
Ook Nepal heeft met hoge inflatie te maken en in de meeste gezinnen werkt maar één ouder. “We proberen met feiten en cijfers onze looneis te onderbouwen.” Aan staken doen de werknemers in Nepal niet, maar de bonden voeren wel campagne. “Vorig jaar hebben we in alle zeven provincies demonstraties en massabijeenkomsten georganiseerd. Dat maakte helaas geen indruk.” Maar zou staken dan geen beter middel zijn? “Wij geloven in de sociale dialoog. Onze relatie met de werkgevers is niet slecht. Dit minimumloon wordt nu 100 procent geïmplementeerd in alle sectoren en ook gemonitord. En de werkgevers gaan 20 procent meer in sociale zekerheid investeren, die belofte hebben we ook binnengehaald.” Hoe het nu verder gaat met de onderhandelingen over het minimumloon is nog onduidelijk.

