“Wat Faber doet staat haaks op alles waar ik voor sta”

(Vers Beton)

“Kansvol”, zo noemt advocaat Pim Fischer de rechtszaken die gaan komen tegen minister Faber van Asiel. Namens 546 ongedocumenteerde mensen diende hij bezwaarschriften in tegen de afschaffing van de bed-bad-broodregeling, en voert de druk op door om dwangsommen te vragen. “Voor het eerst sinds dik tien jaar valt een collectieve rechtszaak voor ongedocumenteerden te winnen.”

Tekst: Astrid van Unen

De Landelijke Vreemdeling Voorziening (LVV) − beter bekend als de bed-bad-broodregeling −  startte in 2019 als pilot in de gemeenten Groningen, Utrecht, Eindhoven, Amsterdam en Rotterdam. De regeling voorziet in een eenvoudige opvang waar afgewezen asielzoekers − mensen zonder verblijfsvergunning, ook wel: ongedocumenteerde mensen − tijdelijk een slaapplek krijgen, eten, een warme douche en wekelijks zo’n vijftig euro leefgeld.

Minister Marjolein Faber (PVV) van Asiel besloot in 2024 de regeling te beëindigen. Daarop ontstonden niet alleen protesten vanuit betrokken maatschappelijke organisaties, maar ook rechtszaken. Pim Fischer – dé advocaat voor ongedocumenteerde mensen – werd al snel geraadpleegd vanwege zijn schat aan ervaring die hij opdeed in procedures rondom ongedocumenteerde mensen.

Fischer (1958) werd in 1995 beëdigd als advocaat en voerde jarenlang zijn eigen kantoor in Haarlem. Inmiddels is zijn standplaats Assen. Bij de Orde van Advocaten staat hij ingeschreven op het rechtsgebied sociale zekerheidsrecht, in het bijzonder sociale voorzieningen. Hij strijdt al jaren juridisch tegen de maatschappelijke uitsluiting van ongedocumenteerde mensen.

Vermorzeld

Fischer houdt niet zo van interviews. Het gaat niet om hem, straalt hij uit. Maar voor Vers Beton maakt hij een uitzondering. Hij wil alsnog praten, juist omdat het altijd om die kwetsbare medemens gaat, die vermorzeld dreigt te worden. Rotterdam is de enige stad uit de pilot die de bed-bad-broodregeling niet zelf ging financieren nadat het Rijk besloot de regeling te beëindigen. Dat hadden de partijen Leefbaar Rotterdam, DENK, VVD en D66 zo afgesproken in hun coalitieakkoord.

Hij doet het in z’n eentje, deze 546 mensen bijstaan. “Eh, ja. Ik heb 546 bezwaarschriften ingediend, ze één voor één geschreven. Veel van deze ongedocumenteerden heb ik een handje geschud, gesproken, mijn visitekaartje gegeven en hen later een briefje gestuurd met de mededeling dat ik aan de slag ben. Uiteindelijk wordt dit per gemeente een collectieve zaak, dat wil ik in elk geval met de rechtbank afspreken.” Alle bezwaarschriften zijn bij minister Faber ingediend, maar Fischer heeft slechts van één collectieve zaak een bevestiging binnen: uit Rotterdam.

Het ministerie van Asiel en Migratie zou de gemeente Rotterdam hebben gevraagd om de bezwaarmakers onderdak te bieden “met voedsel en badgelegenheid” tot 28 februari. “Die datum is voor de gemeenteraad belangrijk”, licht Fischer toe. “De wethouder dacht dat er dan een oplossing zou zijn, maar die is er niet en ik verwacht ook niks.”

“Minister Faber neemt geen beslissing op de bezwaarschriften. Daarom heb ik de rechter gevraagd om dwangsommen op te leggen: per dossier 100 euro per dag dat ze geen beslissing maakt. Dit gaat de minister geld kosten. Voor Rotterdam en de andere gemeenten blijft het heel lastig: zij moeten voorlopig de voorzieningen open houden.” Dit betekent dat de wethouder langer bed, bad en brood moet bieden, terwijl het Rotterdamse college er eigenlijk vanaf wil.

Bescherming van de staat

De eerste zaak die Fischer deed voor ongedocumenteerde mensen diende op 8 augustus 2005. “Dat ging toen om kinderen van Ghanese ouders in Zaandam, waarover een hele mooie uitspraak werd gedaan. De rechter bepaalde dat twee minderjarige kinderen, wiens ouders vanwege de Koppelingswet geen recht op een bijstandsuitkering hadden, bijstand moesten krijgen. Toen heb ik geleerd wat de kern van dit soort zaken is. Aanvankelijk zag ik die hele zaak niet zitten, maar die vader bleef mij achtervolgen. Hij riep zelfs God aan om mij kracht te geven”, vertelt Fischer lachend. “Uiteindelijk ben ik gaan knutselen en heb ik de zaak gewonnen. De vader ben ik heel erg gaan waarderen, ik heb nog steeds contact met hem.”

In 2008 speelden opnieuw twee zaken rondom elementaire basisvoorzieningen, zoals voedsel, sanitair en een bed. “We zijn met deze uitgangspunten aan het werk gegaan. Het waren twee zaken voor ongedocumenteerden, die echter beide ongegrond werden verklaard. Maar in die uitspraken stonden wel overwegingen die heel goed te gebruiken waren, namelijk dat zieken en kinderen recht hebben op bescherming van de staat. Ik won dus de rechtsregel: dat is een bepaling met bindende werking. En die rechtsregel is daarna honderden keren herhaald.” Hiermee heeft Fischer een grote invloed gehad op de jurisprudentie.

En zo ging Fischer blijvend met dit soort zaken rond ongedocumenteerde mensen aan de slag. Toen Faber vorig jaar met het plan kwam om de LVV-regeling te schrappen, lag het voor de hand dat hij betrokken raakte bij eventuele rechtszaken hiertegen. “Want wat Faber doet staat haaks op alles waar ik voor sta. Ik vind dat je met elkaar in gesprek moet blijven, moet luisteren naar adviesorganen en de wetenschap moet waarderen. Al die dingen worden nu aangetast.”

Fischer beroept zich op het nationaal recht, internationaal recht én het recht van de Europese Unie, waarin richtlijn 2008/115 bepaalt dat er basisvoorzieningen geboden moeten worden aan iedereen die niet is toegelaten tot de EU. Dus: minimaal bed, bad en brood. Alles draait hierin om de Europese grondwet.

Eerste overwinning

Inmiddels is de eerste overwinning behaald. Dankzij Fischer tikte de voorzieningenrechter Faber op haar vingers: ze mag mensen niet de elementaire voorzieningen afnemen om te kunnen bestaan. Eerst moeten de ongedocumenteerde mensen die gebruikmaken van de LVV-regeling de kans krijgen om bezwaar aan te tekenen. Fischer: “De minister moet bed, bad en brood blijven bieden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. En wanneer dat besluit op het bezwaar komt weet niemand.”

Dat de minister niet zomaar kon ophouden met het bieden van voorzieningen kwam heel onverwacht, zegt hij. “Pas na de beslissingen van de rechtbanken Rotterdam, Den Bosch, Utrecht en Amsterdam kwam er een adres waar bezwaarschriften heen konden worden gestuurd. Overigens beriepen de voorzieningenrechters van Utrecht, Rotterdam en Amsterdam zich op bovengenoemde artikelen van de Europese grondwet.”

Nederland hoort zich aan het recht van de Europese Unie te houden. Bovendien ligt er een uitspraak van het Hof van de Europese Unie van 12 september vorig jaar, vertelt Fischer. Het zogenoemde Changu-arrest bepaalt onder meer dat een EU-lidstaat een ongedocumenteerde vreemdeling niet in ‘een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie’ mag laten terechtkomen. “Met andere woorden: totdat diegene vertrekt, moet voorzien worden in elementaire basisvoorzieningen. Dit is het rechtskader dat van toepassing is. Hier gaan we verder op voortbouwen.”

“Als de minister niet tot inzicht komt, dan volgt beroep en dan vragen we weer om een voorziening voor de duur van die beroepsprocedure. We zullen dus de rechter vragen de minister te verplichten door te gaan met het leveren van bed, bad en brood.” Door Faber aan te manen om te beslissen over de 546 bezwaarschriften en door bij de rechter om dwangsommen te vragen, zet Fischer een volgende stap richting beroep.”

“Het is heel bijzonder dat we in deze tijd een kansrijke zaak hebben. Daar moeten we wel zorgvuldig mee omgaan”, zegt Fischer enkele uren voor het interview in een zaaltje van de Pauluskerk. Daar zijn afgevaardigden van lokale politieke partijen (GroenLinks, ChristenUnie, PvdA, Partij voor de Dieren en Volt) samen met iemand van het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (Stichting LOS), de Protestantse Kerken, Maarten Goezinnen van Stichting Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS) en Martijn van Leerdam van de Pauluskerk bijeen om de laatste stand van zaken te horen. “We krijgen niet nog een kans. Laten we kijken of we hierin samen kunnen optrekken. Dit zeg ik ook in de andere gemeenten”, aldus Fischer.

De onderbuik regeert

Waarom zijn deze rechtszaken zo kansrijk? “De ruimte ontstaat daar waar de minister zonder enige verdere motivering zegt: ‘We stoppen met de financiering.’ Dat betekent dat een collectief recht wordt afgenomen. Volgens het algemeen bestuursrecht moet je dit motiveren, maar die toelichting komt er niet van deze antidemocratische regering. Het is de onderbuik die regeert, en dat is niet genoeg.”

“Ook bijzonder: Faber trok het mandaatbesluit in. Ze besloot: vanaf 1 januari ga ik over de bed-bad-broodregeling. Zij nam de uitvoerende taak van de gemeenten af en schafte de LVV-regeling af. Haar kan ik nu op de plicht aanspreken die ze volgens de Europese Grondwet heeft. Ze moet zorgen voor nationale wetgeving die voorziet in de eerste levensbehoeften voor vreemdelingen die niet zijn toegelaten tot de Europese Unie.”

Voor advocaten is dit een droomscenario, verzekert Fischer. “Zorgen voor ongedocumenteerden is een verplichting van de staat en het recht van het slachtoffer.” De gemeenten Groningen en Eindhoven boden al meteen aan de kosten van bed-bad-brood over te nemen. “Daar was ik niet zo blij mee, want dit is geen blijvende oplossing. Gemeentes zullen dit niet jarenlang op eigen kosten blijven doen, gezien de voortdurende bezuinigingen waar ze mee te maken hebben.”

Rotterdam maakte eerder bekend twaalf “meest kwetsbare vluchtelingen” alsnog tijdelijk op te vangen. Dan gaat het bijvoorbeeld om verslaafden en mensen met medische problemen. Zij kunnen tot de zomer terecht bij het Leger des Heils in Rotterdam-Oost. Wat er daarna gaat gebeuren is nog onduidelijk. “Daar heb ik overigens niks van op papier gezien,” zegt Fischer in de Pauluskerk, “er is hierover geen beschikking. Alleen maar een praatje op politiek niveau. In de brief aan alle ongedocumenteerden staat nog steeds dat de opvang per 1 januari van dit jaar ophoudt. Dat geldt ook voor die twaalf meest kwetsbare vluchtelingen. Ik heb heel weinig aan notulen over afspraken. Wel wat aan een belofte of uitspraak die gepubliceerd is in de Staatscourant.”

Antidemocratisch

Later, tijdens het interview, zegt Fischer: “Ik vind het volkomen juist dat de wethouder zegt dat de LVV-regeling zijn zaak niet is. Want het is een nationale zaak, de zaak van Faber.” Dat sommige bewoners teleurgesteld zijn omdat Rotterdam als enige gemeente de kosten van de bed-bad-broodregeling niet wil overnemen, en dus de strijd niet aangaat tegen zo’n beslissing van Faber, begrijpt hij. “Natuurlijk. Het gaat over de rechtspraak, de wetenschap, de journalistiek, de adviesraden, de instituten die ons verdedigen tegen antidemocratische krachten. Daar wil Faber vanaf. De PVV heeft niks te maken met adviesorganen en het parlement of met het debat. Het is de onderbuik, en daar moeten we het mee doen.”

Het is dan ook van groot belang dat we de rechtsstaat verdedigen, betoogt hij. “Daarom: hou je bij je leest en maak geen rommeltje van internationaal, nationaal en lokaal recht. Dat doet Faber al, en daar moeten we niet in meegaan. Je hebt verder ook niks aan een wethouder die voor Sinterklaas gaat spelen, want dat is toch maar tijdelijk en bovendien geen adequate verdediging tegen de aantasting van de rechtsstaat.”